Er zijn twee verschillende types van FAI: Cam-impingement en Pincerimpingement. De combinatie van beide vormen komt het meest voor en leidt vaak al voor het 50ste levensjaar tot artrose.

  • Het Camtype kenmerkt zich door een morfologische afwijking van de heupkop, waarbij de heupkop vergroot is.
  • Bij het pincertype is er sprake van een overmatige bedekking van de heupkop door afwijkende morfologie van het acetabulum (heupkom)

Oorzaken Femoro acetabulair impingement (FAI)

Oorzaken van een pincer-impingement zijn een acetabulum-protrusie, een coxa profunda (overmatig ‘diepe’stand van de heupkop in het acetabulum), coxa vara (hoek tussen hals en schacht van het femur is verkleind) en een acetabulum retroversie (waarbij voorste gedeelte van de kom uitsteekt ten opzichte van de achterste gedeelde). Het hoeft niet in beide heupen aanwezig te zijn.

Kenmerken Femoro acetabulair impingement (FAI)

  • Liespijn (ook posterieure zijde trochantor major)
  • Pijn al enige tijd (> 3 mnd) aanwezig
  • Provocatie bij diepe flexie-bewegingen
  • Provocatie bij diepe flexie-bewegingen icm met draaien

Diagnose Femoro acetabulair impingement (FAI)

Het diagnostiseren van FAI is erg complex. Bekken- en heuppijn kan verschillende oorzaken hebben zoals: musculoskeletaal, urogenitaal, gynaecologisch, gastrointestinaal of door neurovasculaire problemen.


Hersteltijd en behandeling

Voor sommige patiënten is een periode van conservatieve therapie bestaande uit rust, aangepaste  activiteiten, het vermijden van bepaalde bewegingen als diepe flexie en gebruik van ontstekingsremmers, genoeg om herstel te laten plaatsvinden. Bij veel patiënten zullen er intensievere maatregelen toegepast moeten worden, zoals bovenstaande maatregelen plus fysiotherapie en eventueel een corticosteroïden-injectie. Er zal  worden getraind voor verbetering van stabiliteit en kracht. Mocht dit na drie maanden geen verbetering opleveren, dan zal er over moeten worden gegaan op chirurgisch ingrijpen. 

Wil er een chirurgische ingreep plaatsvinden, dan zal dat afhangen van lichamelijk onderzoek, beeldvorming, maar vooral ook de mate van klachten in het dagelijks leven.

Tien tot vijftien procent van de jongvolwassenen tussen de 20 en 40 jaar vertoont soms symptomen van FAI. Behandeling van FAI, zeker ook in het licht van de correlatie tussen FAI en ontwikkeling van vroege heupartrose, zal noodzakelijk zijn. Er volgt dan artroscopisch herstel van de morfologie.

 

Wij hebben veel ervaring met revalidatie en na operatie bij dit probleem. In combinatie met goede contacten binnen het ziekenhuis kunnen we dit probleem aanpakken! Neem eens contact met ons op!

Ook last van deze klacht?

Neem dan contact met ons op!
×

Powered by WhatsApp Chat

×